Pootaandoeningen vormen een groot probleem voor de vleeskuikenhouderij. Hoewel recente genetische, nutritionele en management maatregelen de situatie hebben verbeterd blijft er ruimte voor verdere vooruitgang. Er zijn verscheidene oorzaken aan te wijzen voor pootafwijkingen: van specifieke afwijkingen, geassocieerd met tibial dyschondroplasia tot niet-specifieke verstoringen van longitudinale groei. Zware afwijkingen doen sterke afbreuk aan de bewegingsvrijheid van kuikens wat leidt tot sterfte door honger en uitdroging. Tevens is aangetoond dat milde afwijkingen al ongemak of pijn kunnen veroorzaken. Recent onderzoek laat zien dat botaandoeningen al kunnen worden geïnduceerd op jonge leeftijd en fysiologische studies laten het belang van de vroege voeding zien voor de ontwikkeling van het kuiken.

Meervoudig onverzadigde vetzuren (PUFA’s) van de omega-6 en omega3 series, zijn precursor voor de productie van prostaglandinen die verschillende fysiologische processen reguleren. Ze beïnvloeden veel metabolische processen, inclusief botvorming en botontwikkeling. Onder -zoek heeft uitgewezen dat de prostaglandinen die zijn afgeleid van omega-6 vetzuren, met name van PGE2, een remmend effect hebben op botontwikkeling, terwijl prostaglandinen die zijn afgeleid van omega-3 vetzuren een stimulerende werking hebben op de osteoblast functie en botvorming (Chang et al., 1998). Het voer voor vleeskuikens, en startvoer in het bijzonder, is meestal rijk aan omega-6 vetzuren. Een betere omega-3/omega-6 verhouding in het voer draagt dus bij aan een betere botontwikkeling in pluimvee. Een recente proef bij het Roslin Institute te Stirling heeft uitgewezen dat uitwisseling van maïsolie met zalmolie bij vleeskuikens tot 14 dagen de botkenmerken verbetert, zie figuur 1.